Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (TBOV) 2040
In de situatieschets Toekomstbeeld OV 2040 staat een brede mobiliteitsbenadering centraal, (conform Mobiliteitsvisie 2050), en de inzet van de juiste modaliteit op de juiste plaats en tijd.
In 2025 werkten we via een meerjarig programma met partners aan de herijking van de koers van het programma. Tijdens de Landelijke Openbaar Vervoer- en Spoortafel van mei 2025 is ingestemd met de vervolgopdracht:
Meewerken aan uitvoering van het Bereikbaarheidspeil en concretiseren van de deelopgave voor het OV in de context van ruimtelijke ordening, voorzieningenbeleid en een goede mobiliteitsmix richting 2050.
Uitwerken van de opgave voor het OV richting 2050 onder gewijzigde omstandigheden en vaststellen van richtinggevende uitspraken om koersvast te opereren.
Organiseren van een cyclische aanpak om in te spelen op ontwikkelingen met innovaties en vernieuwingen.
Deze vervolgopdracht is verder uitgewerkt a.d.h.v. deze drie deelopdrachten. Bij deelopdracht twee staan beleidsvragen centraal, zoals: waar en hoe moet het OV vernieuwen om toekomstbestendig te zijn? Hoe verhouden vraagstukken en ambities in het spoorsysteem zich tot elkaar?
De werkstroom Landelijke Netwerkuitwerking Spoor leverde in 2025 de rapportage Beleidsreferentie en doorgroeireferentie Toekomstbeeld OV op. Deze doorgroeireferentie, gebaseerd op een 7½-minutentreindienst, adresseert toekomstige vervoers-knelpunten, zoals gesignaleerd in de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA van 2021).
Daarnaast maakt de doorgroeireferentie inzichtelijk welke intensievere gebruikseisen nu al meegenomen kunnen worden in lopende en toekomstige spoorprojecten en borgt dat latere uitbreidingen inpasbaar blijven.
Actieagenda OV-knooppunten
De actieagenda OV-knooppunten is een deeluitwerking van de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040. Het wordt opgesteld in samenwerking met gemeenten, provincies en NS Stations. Hierin worden knooppuntontwikkelingen uitgewerkt en zogenoemde focusknooppunten geagendeerd. Voor de jaarlijkse update van de lijst van focusknooppunten per landsdeel is de relatie met de Landelijke Netwerkuitwerking Spoor van TBOV relevant. Woningbouw- en bereikbaarheidsprogramma’s bepalen steeds vaker de agenda en focus.
ProRail en regionale stakeholders hebben in Q1 2025 de actualisatie van de knooppuntopgaven aangeboden en laten vaststellen. Deze agenda stelt partijen in staat OV-knooppuntstudies te prioriteren en het gesprek te voeren over ontwikkelingen die het functioneren van knooppunten beïnvloeden. Voor ProRail gaat het om de stations. Financiering van focusknooppunten voor de toekomst blijft een uitdaging.
Technical Specifications for Interoperability (TSI)
TSI Telematics
In november 2025 zijn TSI TAF (voor goederenvervoer) en TSI TAP (voor reizigersvervoer) samengevoegd tot één nieuwe TSI Telematics. TSI Telematics regelt de digitale informatie-uitwisseling tussen partijen op het spoor, zoals vervoerders en ProRail. ProRail moet in 2026 starten met het aanpassen van de plan- en uitvoeringssystemen, inclusief de koppelingen met klantsystemen, zodat we uiterlijk in 2029 voldoen aan de nieuwe Europese wetgeving.
ProRail is actief betrokken bij de beoordeling van conceptteksten en adviseert het ministerie van IenW hierover. Na een langdurig onderhandeltraject is op Europees niveau in november een akkoord bereikt over de definitieve tekst van TSI Telematics die uiterlijk in 2029 moet worden geïmplementeerd.
ProRail is gestart met het in beeld brengen van de impact van TSI op haar processen en computersystemen inclusief de bijbehorende financiële consequenties. In 2025 hebben we belangrijke stappen gezet om processen verder te digitaliseren. Zo verbeterden we het bestelproces van treinpaden, waardoor steeds meer stappen met TSI-berichten kunnen worden uitgevoerd. Ook in het proces voor treinsamenstellingen en uitvoeringsinformatie zijn verbeteringen gerealiseerd.
TSI OPE
In 2025 rapporteerden we aan de European Union Agency for Railways (ERA) dat TSI OPE – de Europese standaard voor operationele processen op het spoor – sinds 16 juni 2024 volledig is geïmplementeerd. Technische innovaties gaan echter sneller dan de huidige regels in TSI OPE. Daarom hebben we, samen met vervoerders, infrabeheerders en andere belanghebbenden, wijzigingsvoorstellen ingediend voor de herziening in 2028.
Deze voorstellen richten zich op aanvullende regels, specifiek over het gebruik van balise-lijsten, een overzicht van balises die een trein passeert in de aangeboden rijweg binnen ERTMS (European Rail Traffic Management System).
Dienstverlening Kijfhoek
ProRail en het ministerie van IenW zijn sinds 2019 in gesprek over het dienstverleningsmodel voor Kijfhoek met als doel dit non-discriminatoir aan te kunnen bieden, zodat alle vervoerders hier gebruik van kunnen maken. Eind september 2025 heeft het ministerie van IenW € 30 miljoen beschikbaar gesteld om het exploitatiemodel te wijzigen, waarbij ProRail de verantwoordelijkheid krijgt en deze dienst middels de netverklaring aan alle vervoerders wordt aangeboden.
Momenteel onderzoeken we op welke manier en wanneer het exploitatiemodel kan worden gewijzigd. Daarnaast wordt als onderdeel van deze verkenning onderzocht op welke manier de heuvellocomotieven van DB Cargo kunnen worden overgenomen om deze dienstverlening uit te kunnen voeren.
Behandel- en opstelcapaciteit
In 2025 heeft ProRail vanuit het programma Behandelen en Opstellen enkele grote infraprojecten opgeleverd. Daarmee breidden we de capaciteit voor het behandelen en opstellen van reizigersmaterieel uit:
Emplacement Hengelo: vernieuwing en optimalisatie sporen aan de zuidkant en realisatie voorzieningen voor reiniging van reizigerstreinen.
Emplacement Watergraafsmeer: alle niet-beveiligde sporen zijn in de beveiliging opgenomen, waardoor wissels nu op afstand bediend kunnen worden. Dit vergroot de rangeercapaciteit van het grootste emplacement van Nederland. Materieel kan na behandeling sneller worden verplaatst van west naar oost en omgekeerd.
Rotterdam Botlek: eerste tranche sensoren in gebruik genomen op NCBG-sporen (Niet Centraal Bediend Gebied). Hiermee zien we nauwkeurig hoe sporen worden gebruikt. Met inzet van deze data optimaliseerden we het spoorgebruik wat meer ruimte biedt in de capaciteitsverdeling.
Rotterdam Noord Goederen: projectbesluit genomen in 2025. Na realisatie in 2029 komen vier nieuwe behandel- en opstelsporen voor reizigersmaterieel beschikbaar, plus een wacht- en bufferspoor voor goederentreinen van 740 meter.
Capaciteitsverdeling dienstregeling 2026
De capaciteitsverdeling voor 2026 is tijdig afgerond. De robuustheidsverbeteringen in 2024 zorgden voor een stabielere uitgangspositie, maar er waren ook nieuwe uitdagingen:
Doorlopende werkzaamheden in Duitsland beperken de beschikbaarheid van Zevenaar-Emmerich, wat vooral bij Venlo knelpunten veroorzaakt.
Werkzaamheden op station Amsterdam Centraal maken de verdeling extra complex, mede door de dynamiek van open-access internationaal reizigersverkeer.
Voor het eerst bevat de dienstregeling concurrerende reizigersvervoerders op hetzelfde traject: tussen Groningen en Zwolle is op weekdagen de capaciteit verdeeld tussen NS en Arriva. Arriva heeft aangegeven hier vooralsnog vanaf te zien.
Daarnaast is ten opzichte van 2025 minder goederencapaciteit aangevraagd. Er is geen reden om aan te nemen dat deze afname het gevolg is van de Nederlandse capaciteitsverdeling.
Time Table Redesign (TTR)
De komende jaren verandert het capaciteitsmanagementproces. De basis hiervoor ligt in het Europese programma Time Table Redesign (TTR). Dit programma beschrijft processtappen voor het ontwerpen van dienstregelingen en het verdelen van capaciteit, passend bij gewijzigde behoeften van vervoerders en verladers.
In 2023 stelde de EU een conceptverordening op die de juridische basis legt voor deze nieuwe processen. Over deze verordening bereikten de Europese Raad en het Europees Parlement in november 2025 een akkoord. Vanaf dienstregeling 2031 moeten capaciteitsmanagementprocessen voldoen aan deze wetgeving. De nieuwe capaciteitsverordening heeft impact op veel processen van ProRail. Om deze processen mogelijk te maken zijn grote aanpassingen aan onze ICT-systemen nodig. Ook gelden hogere eisen voor tijdige publicatie van werkzaamheden aan het spoor. Daarnaast zijn financiële prikkels toegevoegd om de planning van werkzaamheden stabieler te maken. De annuleringsheffing is hier een voorbeeld van.
ProRail bereidt zich al enkele jaren voor op deze veranderingen. In 2025 publiceerden we samen met Europese infrastructuurbeheerders de capaciteitsstrategie voor 2029. Deze strategie is uitgebreider dan vorig jaar en helpt vervoerders, verladers en overheden beter inzicht te krijgen in toekomstige capaciteitsontwikkelingen.
Jaarlijks publiceert ProRail een capaciteitsmodel. Het model voor 2027 bevat voor het eerst een overzicht van beschikbare capaciteit per dag en enkele geplande werkzaamheden. Met deze vernieuwing loopt ProRail voorop in Europa. Het ontwikkelproces loopt nog: van het capaciteitsaanbod (een gedetailleerde uitwerking van het capaciteitsmodel) is in 2025 een conceptpublicatie voor dienstregeling 2027 gemaakt. Vanaf 2031 worden deze informatieve producten juridisch bindend.
Brede mobiliteit
In 2024 startte ProRail met de ontwikkeling van het programma Brede Mobiliteit. Dat staat voor een integrale benadering van bereikbaarheid via spoor, weg en water tijdens de onderhoudsopgave van de komende tien jaar. Dit doen we samen met alle infrabeheerders die deze opgave programmeren. In 2025 lag de focus op het realiseren en bestendigen van deze aanpak. Met inzet van een subsidie konden we data automatisch ontsluiten in MELVIN (MELden van Verstoringen in de Infrastructuur), het samenwerkingsplatform voor brede mobiliteitsafstemming met externe infrabeheerders.
We realiseerden data-ontsluiting rondom stremmingen van vaarwegen en overwegen. Ook zijn potentiële verbussingsroutes toegevoegd aan spoorstremmingen in het platform. Dit is een grote stap in digitalisering en datamanagement, die het afstemmingsproces versterkt.
Naast MELVIN hebben we belangrijke stappen gezet in het Gebiedscentraal Proces Brede Mobiliteitsafstemming. Deze aanpak versterkt de regionale afstemming van werkzaamheden en de manier waarop ProRail mobiliteitsafstemming vormgeeft. De aanpak krijgt nu vorm in Randstad-Zuid. We zijn daar onderdeel van Zuid-Holland Bereikbaar, een samenwerkingsverband van overheden en infrabeheerders.
In 2025 versterkten we de samenwerking met Rijkswaterstaat (RWS) en we kijken nu samen verder vooruit naar integrale planning. Hiervoor is een gezamenlijke digitale omgeving ingericht met de laatste stand van werkenplanning en besluiten.
Spoorgoederenvervoer
Modal shift
In 2025 bleef het faciliteren van de modal shift voor goederen uitdagend. Enkele vervoersstromen verschoven naar buitenlandse havens, terwijl andere stromen naar een andere modaliteit verschoven (reverse modal shift). Deze ontwikkelingen hangen samen met de afnemende concurrentiepositie van spoorgoederenvervoer.
Tegelijkertijd blijft de potentie groot, zoals blijkt uit prognoses van het Planbureau voor de Leefomgeving. In 2025 werkten we aan het verbeteren van de concurrentiepositie van spoorgoederenvervoer en aan een robuust multimodaal transportnetwerk om havens en industriële clusters te verbinden. Een gelijk speelveld tussen modaliteiten blijft cruciaal om verschuiving van weg naar spoor te realiseren.
740 meter sporen
We investeren in faciliteiten voor langere goederentreinen om de concurrentiepositie van spoorgoederenvervoer in Nederland en Europa te verbeteren. Een langere trein verlaagt de vervoerskosten per eenheid en vergemakkelijkt de verschuiving van weg naar spoor. Een trein van 740 meter vervangt ruim 50 vrachtwagens, vermindert CO₂-uitstoot en ontlast het wegennet.
Deze ontwikkeling wordt aangejaagd door de TEN-T-verplichting om met 740 meter lange treinen te kunnen rijden. Het emplacement Maasvlakte en het A15-tracé van de Betuweroute zijn al geschikt. Voor Waalhaven, Moerdijk, Amsterdam Houtrakpolder, Roosendaal, Lage Zwaluwe, Tilburg Goederen, Venlo en Rotterdam Noord Goederen lopen projecten om de sporen geschikt te maken.
Voor goederencorridors ligt nog een investeringsopgave. Het verlengen van sporen in Deventer is urgent om de route via de Betuweroute en IJssellijn geschikt te maken voor de railfreight corridor North Sea Baltic. In de Verkenning Verbeteren corridor Amersfoort – Bentheim wordt de oplossing nader uitgewerkt, inclusief de bijbehorende kosten.
Militair transport en mobiliteit
De geopolitieke situatie verandert. Het dreigingsniveau neemt toe en het risicoprofiel voor ProRail en haar omgeving wijzigt. Als Vitale Aanbieder en Aanbieder Essentiële Dienst (AED) geven we invulling aan de Roadmap Vitaal Spoor en versterken we onze weerbaarheid en veerkracht (resilience).
Defensie vervoert militair materieel per spoor via Deutsche Bahn. Binnen de veranderende context wil Defensie de optie van toenemende militaire mobiliteit per spoor verder voorbereiden, naast vervoer over weg en water. ProRail heeft een eerste inschatting gemaakt van wat hier voor nodig is. Dit is opgenomen in het rapport van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL)[1]. Het OFL kwam met het advies om extra investeringen te doen (startpakket € 600 miljoen) om de weerbaarheid te vergroten. Dit vormt een eerste stap richting uitbreiding van mogelijkheden voor militair transport. We werken dit verder uit in concrete voorstellen.