Download PDF

ProRail Verbetert

Verbeterprogramma Betrouwbaar Beter

Treinreizigers zijn in 2023 geconfronteerd met veel hinder, zoals vertragingen, verstoringen en drukke treinen. De reizigerspunctualiteit op het hoofdrailnet (HRN) was met name in het najaar 2023 en begin 2024 niet goed.

In 2024 is een gezamenlijk verbeterprogramma van ProRail en NS onder de concessiesturing opgestart om de betrouwbaarheid van de treindienst voor de reiziger te verbeteren en daarmee ook de verbetering van de prestaties voor de reiziger. Vanuit het verbeterprogramma hebben ProRail en NS o.b.v. drie hoofdoorzaken verbetermaatregelen geïdentificeerd. De implementatie van deze maatregelen en borging daarvan in de lijnorganisaties heeft in 2025 plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten:

  • TSB’s en TIB’s: Mede door de TSB-aanpak en het tijdelijk verwerken ervan in de dienstregeling is er binnen ProRail meer grip op TSB’s en het beperken van de impact ervan. Dagelijkse en wekelijkse monitoring zorgen ervoor dat maatregelen effectief en blijvend worden ingezet om de prestaties voor de reiziger op een goed niveau te houden.

  • Beschikbaarheid treinmaterieel: De maatregelen die op dit gebied de NS heeft genomen, hebben geleid tot verbetering in de beschikbaarheid van treinmaterieel, met als resultaat minder drukke treinen en meer stabiliteit in de uitvoering van de dienstregeling.

  • Robuuste dienstregeling bij werkzaamheden: Het verval van de prestaties rondom impactvolle buitendienststellingen is een stuk minder en meer in balans met de vervoerscapaciteit. Verder zijn er ook in 2025 meerdere evaluaties van de impactvolle werkzaamheden vanuit de plan- en analyseafdelingen van NS en ProRail uitgevoerd. Deze leverden belangrijke inzichten op voor het proces “Ontwerpen dienstregeling tijdens impactvolle werkzaamheden”.

Na afronding van het programma heeft het ministerie van IenW een evaluatie van het verbeterprogramma laten uitvoeren. Daaruit zijn positieve uitkomsten naar voren gekomen over zowel de geleverde resultaten als gevolg van de genomen maatregelen, als de doelgerichte aanpak als de samenwerking met NS. Hiermee is het gezamenlijke programma in november 2025 formeel afgerond.

Naast deze hoofdonderwerpen is ProRail in 2025 onverminderd doorgegaan met verbeteringen buiten de scope van dit verbeterprogramma, zoals het verminderen van impactvolle infrastoringen en derdenstoringen, vergroting stabiliteit van de buitendienststellingen bij werkzaamheden, verbeteren kwaliteit van de dienstregeling en de scherpte in de dagelijkse operatie. Ook deze activiteiten zijn gedurende het jaar afgerond of geborgd in de lijn waar voortzetting vanuit de reguliere organisatieafdelingen zal plaatsvinden. Hiermee zijn ook alle aanvullende initiatieven vanuit ProRail in 2025 afgerond.

Verbeteraanpak Trein 2025

Het programma Verbeteraanpak Trein 2025 had als doel de dienstregeling van 2025 beheerst en op het gewenste prestatieniveau te implementeren. Daarbij hielden we rekening met uitbreiding van de dienstregeling en de impact van de tijdelijke omleiding voor goederentreinen door de 80-weekse buitendienststelling vanwege het Derde Spoor. We hebben binnen de door het ministerie van IenW beschikbaar gestelde middelen (€ 8 miljoen) een set van verbetermaatregelen getroffen, waarbij gegeven de beschikbare middelen we met de maatregelen niet alle impact konden mitigeren en prestaties op de Brabantroute onder druk stonden.

We slagen erin de treindienst tijdens de volledige buitendienststellingen effectief te begeleiden. Sinds november 2024 hebben we een routine in de be- en bijsturing, wat bijdraagt aan vertrouwen in het verdere verloop van de 80-weekse periode. Positieve feedback van goederen- en reizigersvervoerders bevestigen dit. Prestatieanalyses tonen bovendien aan dat het effect van de buitendienststelling op binnenlandse reizigerstreinen in 2025 aanzienlijk kleiner was dan in 2024.

Het aantal storingen met (zeer) veel klanthinder (hinderklasse 1 en 2) bleef tijdens de 80-weekse periode stabiel. Tegelijkertijd blijven verstoringen en ongeplande werkzaamheden op omleidingsroutes in Duitsland een structurele uitdaging. Deze zorgen ervoor dat treinen in Venlo langer blijven staan voordat ze hun route naar Duitsland kunnen vervolgen, wat leidt tot langere doorlooptijden voor goederentreinen op de Brabantroute. De vertragingen van goederentreinen op de Brabantroute zijn vooral terug te voeren op vier oorzaken: defecte goederentreinen, calamiteiten in het buitenland, infrastoringen en logistieke knelpunten, waaronder het grensproces en langere overstanden in Venlo. ProRail monitort de uitvoering nauwgezet en werkt intensief samen met vervoerders en DB InfraGO aan verdere optimalisatie van de treindienst.

Personeel Verkeersleiding

De bezetting op de verkeersleidingsposten was in 2025 met gemiddeld 99,4% inzetbaarheid op de meeste locaties op orde. Tegelijkertijd zien we dat de instroom van nieuwe medewerkers sinds 2022 daalt (van 87 in 2022 naar 50 in 2025) en het slagingspercentage bij de opleiding is teruggelopen (van 69% in 2024 naar 46% in 2025). Extra maatregelen zijn nodig om in de krappe arbeidsmarkt in de toekomst voldoende medewerkers op de posten te hebben.

Om meer kandidaten aan te trekken, hebben we de werving en selectie aangepast. Zo zijn de selectie-eisen verruimd van mbo 4 naar mbo 3, waardoor we een grotere instroom verwachten.

We onderzoeken ook hoe we de opleiding kunnen verbeteren en hoe we de instroom verder kunnen stimuleren. Een belangrijke succesfactor is de realisatie van onze digitaliseringsplannen.

Start uitrol slimme camera's

Met de uitrol van slimme camera’s langs het spoor werkt de Smart Monitoring Room (SMR) van Incidentenbestrijding samen met de Centrale Regie Ruimte van ProRail Stations aan een grote stap op het gebied van cameratoezicht.

Incidentenbestrijding

Preventie

Door uitbreiding van het aantal camera’s rondom het spoor kunnen we incidenten beter voorkomen. We signaleren spoorlopers of dreigend vandalisme eerder. Door adequaat optreden voorkomen we hinder. Flitscamera’s bij overwegen, die overtredingen van wegverkeer vastleggen, hebben bewezen toegevoegde waarde: controle leidt tot afname van deze overtredingen. Gemiddeld neemt het aantal overtredingen op deze overwegen met ruim 60% af.

Suïcides en aanrijdingen met personen zijn een grote veroorzaker van ernstige hinder. Samen met externe partijen zetten we in op het voorkomen van deze situaties en het beperken van de afhandelduur als ze toch optreden. Het verder uitrollen van cameratoezicht helpt hierbij. We hebben ook specifieke aandacht en een eigen aanpak met externe partners om het fenomeen ‘terugkeerders’ (personen die frequent langs of nabij het spoor staan en hinder veroorzaken) aan te pakken.

Repressie

We bestrijden de trendmatige stijging van kleine incidenten met gevaarlijke stoffen (druppellekkages) veilig en effectief, ondanks de forse impact op onze capaciteit. Naar aanleiding van onze interventies vond een sectorbreed directeurenoverleg plaats met ketenpartners en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Ook in 2025 zijn we erin geslaagd sluiting van emplacementen voor gevaarlijke stoffen te voorkomen doordat tijdelijke risicobeperkende maatregelen zijn getroffen. Conform bestuurlijke afspraken uit 2020 namen we de bedrijfsbrandweertaken op Kijfhoek per 2025 over van de externe brandweerorganisatie Falck. Dit maakt een intensieve samenwerking mogelijk met de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid bij de incidentenbestrijding op emplacement Kijfhoek en in de Spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht. Daarnaast wisselen we kennis uit met het ministerie van IenW, ministerie van Justitie en Veiligheid en enkele veiligheidsregio's over de risico's van gevaarlijke stoffen op emplacementen. We delen onder andere onze kennis over de lines of defences van het spoorsysteem. Hierdoor kunnen veiligheidsregio's een proportionele en goed onderbouwde risicoduiding maken.

Power blackout & militair vervoer

In 2025 werkten we aan een handelingsperspectief voor de spoorsector bij een grote, langdurige stroomuitval. De basis van het plan is in concept; afronding en uitwerking van cruciale details volgen na beproeving tijdens een crisisoefening. Daarnaast bereiden we onze organisatie en het spoornet voor op het frequent faciliteren van militair vervoer vanuit verschillende startplaatsen in het land, in tegenstelling tot het huidige ad-hoc vervoer.

Seizoensvoorbereidingen

Extreme weersomstandigheden zoals hitte, herfst- en winterweer kunnen leiden tot verstoring van de treindienst waardoor vervoerders niet volgens planning kunnen rijden. We treffen mitigerende maatregelen op diverse fronten zoals gevolgen van hitte, gladde sporen in de herfst, wintermaatregelen. Daarnaast organiseerden we in februari en november ketenoefeningen met binnenlandse reizigersvervoerders om besluitvormingsprocessen rondom extreem weer te oefenen.

Voor wat betreft de wintermaatregelen zijn we gestart met de uitvoering van de BKN-maatregel om de inzet van wisselverwarming gericht te verminderen. Ondanks deze wijziging is gedurende 2025 geen hinder ervaren in de dienstregeling.

Deze maatregelen zorgen ervoor dat we de impact van weersomstandigheden op onze dienstverlening beheersbaar houden en de veiligheid in de operatie waarborgen.

Dagelijkse operatie - Assets

Verbeterprogramma Zee–Zevenaar

In 2024 is besloten het verbeterprogramma tot eind 2026 te verlengen. De nadruk ligt daarbij op compliance/ het voldoen aan wet- en regelgeving externe veiligheid, het opwaarderen van de infra naar de landelijke normen en kaders en het vervolgens onderhouden van de bestaande infra volgens de vastgestelde landelijke normen en kaders. Formele besluitvorming door het ministerie van IenW over de verlenging heeft plaatsgevonden.

Blusvoorzieningen havenemplacementen

We hebben een intern evaluatieonderzoek naar de blusvoorzieningen op de havenemplacementen uitgevoerd. Dit n.a.v. de vele storingen in het systeem in 2024. In het onderzoek is vastgesteld dat de aannemers het ontwerp hebben opgeleverd en dat het systeem in de basis robuust is. In de snelheid van de aanleg en door de onbekendheid met de systemen, zijn er in de aanleg lokaal wel zwakke plekken ontstaan. Deze zwakke plekken moeten in beeld komen bij een storing en worden vervolgens bij herstel robuust gemaakt. Ook is geconstateerd dat in de snelheid van het ontwerp en de realisatie, er situaties zijn gecreëerd die niet optimaal zijn voor onderhoud, storingsherstel en de bereikbaarheid van de systemen. Hierin speelde ook het gebrek aan fysieke ruimte op de emplacementen een rol.

Er zijn verbeteringen nodig in de adequate storingsorganisatie, bij ProRail en de aannemer. Er moet verder geïnvesteerd worden in capaciteit en deskundigheid. Dit geldt voor de storingsorganisatie, de keten van de storingsanalyse, de inzet van storingsherstelcapaciteit, de analyse welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden en wat er bij storingen logistiek nog mogelijk is. Hierin zijn stappen gezet, maar er zijn nog aanvullende verbeteringen nodig.

Milieucompliance

In 2025 hebben we de focus op de structurele borging van milieucompliance binnen Zee-Zevenaar voortgezet. Met de introductie van de milieucompliance volwassenheidsladder als strategisch kompas wordt gericht gewerkt aan stijging op de ladder. We hebben daarvoor de geldende milieu wet- & regelgeving (omgevingsvergunning milieu en aanwijsbeschikking bedrijfsbrandweer) op de havenemplacementen op maatregelenniveau uitgewerkt, de verantwoordelijkheden voor de nakoming daarvan binnen de hoofdprocessen belegd en een dashboard ontwikkeld. In 2026 brengen we deze zaken onder in een milieumanagement-systeem dat voor Zee-Zevenaar ontwikkeld wordt.

Op contractueel vlak heeft de PGO-aanbesteding binnen Zee-Zevenaar plaatsgevonden waarbij we veel zorg hebben besteed aan de juiste doorvertaling van de milieueisen aan onze onderhoudsaannemer. Voor de blusvoorzieningen op de havenemplacementen hebben we ervoor gekozen een apart onderhoudscontract in de markt te zetten. Beide aanbestedingen hebben geleid tot een succesvolle opdrachtverstrekking.

Het milieucompliance-team binnen Zee-Zevenaar is in april 2025 uitgebreid met de komst van een manager blusvoorziening. Door middel van weekstarts worden non-compliance issues besproken, geregistreerd en opgevolgd. Non-compliance issues doen zich nog altijd voor, al zien we dat het aantal aan het afnemen is. De afname is sterk zichtbaar op het vlak van verlichting (ombouw naar ledverlichting is afgerond), openstaande hekwerken en blokkeren van calamiteitenwegen, mede dankzij de versteviging van emplacementbeheer en het gebruik van de Milieu Compliance Beheer tool. Hoewel er verbeteringen in gang zijn gezet op het meer compliant worden van de blusvoorzieningen en de processen die daarbij horen, zien we dat we op dat vlak nog kwetsbaar zijn. We verwachten dat de verbeteringen in 2026 gaan leiden tot nog minder non-compliance issues, ook op blusvoorzieningen.

Opwaardering infra

We hebben het afgelopen jaar achterstanden in de infra weggewerkt en logistieke knelpunten aangepakt. Over de gehele Havenspoorlijn hebben we veel vernieuwd, in totaal 17 wissels, 4 overwegen, ongeveer 5 kilometer spoor (spoorstaven en ballast), ongeveer 6,5 kilometer spoorgeometrie en ongeveer 8 kilometer bevestigingsmiddelen. Alle bestaande natrium lichtmasten op de 5 havenemplacementen zijn in 2025 omgebouwd naar led-armaturen. Op Maasvlakte West-West moeten 20 afgekeurde masten nog vervangen worden, dit vindt naar verwachting begin 2026 plaats. In de Sophiatunnel, de Zevenaartunnel, de Botlektunnel en de PanKantunnel zijn schoonmaakwerkzaamheden uitgevoerd. Diverse tunneltechnische installaties, tunnelwanden, schouwpaden en technische ruimtes zijn schoongemaakt. In 2026 worden de werkzaamheden in de overige tunnels voortgezet.

Op emplacement Maasvlakte zijn de geaarde bufferzones/ leidingonderbrekers aangesloten. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het verbeteren van de veiligheid en beschikbaarheid van het spoor en kunnen Maasvlakte Oost en West spanningsloos worden gemaakt zonder dat dit ten koste gaat van de beschikbaarheid van de Havenspoorlijn. Alle havenemplacementen zijn in 2025 daarnaast voorzien van zelfsignalerende kortsluitlansen. Onderhoudswerkzaamheden kunnen met de zelfsignalerende kortsluitlansen in efficiëntere TVP’s beveiligd worden.

Het nieuwe prestatiegerichte onderhoudscontract (PGO) voor Zee – Zevenaar is gegund en start op 1 maart 2026. Voor deze aanbesteding waren alle erkende onderhoudsaannemers uitgenodigd. Bij de beoordeling is niet alleen naar de prijs gekeken, maar ook naar belangrijke factoren zoals de beschikbaarheid van het spoor.

Spooronderhoud: prestatiegericht onderhoud

ProRail laat in 21 contractgebieden dagelijks kleinschalig spooronderhoud uitvoeren door gecertificeerde aannemers. Uitvoering vindt plaats via prestatiegerichte onderhoudscontracten (PGO). We hebben eerdere vertragingen in de Europese aanbesteding van de nieuwste contractvariant (PGO 4.0) volledig ingelopen. Alle PGO-contracten worden nu volgens planning aanbesteed en uitgevoerd. Hierdoor zijn tijdelijke buitencontractuele verlengingen niet langer nodig en blijft de continuïteit van het spooronderhoud geborgd. Inmiddels zijn 13 PGO 4.0-contracten gegund.

Programma HSL-Zuid

Het programma HSL‑Zuid richt zich op twee kerndoelen: het op korte termijn verbeteren van de betrouwbaarheid, beschikbaarheid en benutting van de bestaande infrastructuur; en het op lange termijn voorbereiden van de beheerste overdracht en inbeheername (per 1 april 2031), inclusief de voorbereiding op de vervangingsopgave. In 2025 lag de focus op het borgen van prestaties en het beheersen van infrastructurele risico’s.

Een belangrijk onderdeel was het herstel en de monitoring van kunstwerken. De betonherstelwerkzaamheden aan de tien viaducten zijn in april 2025 afgerond. Viaduct Zuidweg wordt gemonitord om de verhoogde snelheid van 120 km/u veilig te handhaven. In 2025 waren enkele snelheidsverlagingen nodig door foutieve meetwaarden veroorzaakt door externe factoren (onder andere weersomstandigheden); deze zijn steeds na inspectie opgeheven. Verbeteringen in het meetsysteem verminderden het aantal meetfouten aanzienlijk. De werkzaamheden bij Rijpwetering zijn gestart voor het aanbrengen van een palenwand voor de stabilisatie van de ondergrond.

Met maatregelen zoals het uitzetten van het windwaarschuwings-systeem (juni 2025) brachten we het prestatieverlies verder terug. Daardoor gelden alleen bij zware windstoten nog snelheidsbeperkingen. Hierdoor is gemiddeld 94 uur per jaar minder vertraging.

De reconstructieopgave richting 2031 blijft cruciaal om de snelheid weer naar 300 km/u te kunnen brengen. Voor de overige negen viaducten lopen probleemanalyses en verkenningen. De eerste ontwerpen en oplossingen verwachten we medio 2026. Op basis daarvan start de voorbereiding van de herstelwerkzaamheden. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een eerste reservering voor een buitendienststelling (2028) vastgesteld.

In september 2025 verzocht het ministerie van IenW ProRail om te starten met de voorbereidingen voor de inbeheername van de HSL en de vervangingsopgave. Die opgave vloeit voort uit het bereiken van de technische levensduur van de infrastructuur en systemen vanaf 2036. Hiervoor hebben we een programmaorganisatie ingericht en zijn met de planvormingsfase gestart. Daarin identificeren we welke maatregelen noodzakelijk zijn om deze opgave in de komende jaren te realiseren. Gezien de beëindiging van het DFM contract tussen de Staat en marktpartijen wordt bekeken welke processtappen ingericht moeten worden om zorgvuldige contractovername door ProRail te realiseren.

Nieuwe strategie Klein Onderhoud

Om het spoor veilig, betrouwbaar en betaalbaar te houden, vernieuwen we onze aanpak voor klein onderhoud met drie verbeterdoelstellingen:

  • Aantrekkelijk opdrachtgeverschap: we willen een aantrekkelijke partner blijven en zorgen dat het schaarse technische personeel voorspelbaar en efficiënt wordt ingezet.

  • Betere lange termijn keuzes: we willen beslissingen nemen op basis van de hele levenscyclus van het spoor en de bijbehorende prestaties, kosten en risico’s, en niet alleen op het handhaven van normen per contractduur.

  • Aantoonbare controle op veiligheid en beschikbaarheid: door meer data zelf in bezit te hebben, kunnen we beter aantonen hoe we de veiligheid en beschikbaarheid van het spoor borgen.

In 2025 hebben we deze verbeterdoelstellingen afgestemd met onze partners en een analyse gemaakt van de grootste knelpunten in processen en samenwerking met de markt. De ontstane marktordening vergt een nader gesprek met het ministerie van IenW.

Dassen en bevers

Graverij door dassen en bevers kan leiden tot verzakkingen van het spoortalud en verstoringen in de dienstregeling. Tegelijkertijd zijn beide soorten strikt beschermd. In het Programma Dassen en Bevers werken we aan een structurele aanpak waarin spoorveiligheid, ecologie en uitvoerbaarheid worden gecombineerd.

In de winter van 2024-2025 vond een landelijke inspectieronde plaats. Hierbij zijn ruim 700 waarnemingen van dassen- en beveractiviteit verzameld, waarmee we voor het eerst een systematisch beeld van locaties hebben. Komende winterperiode voeren we opnieuw een landelijke inspectieronde uit, waarmee we ons inzicht in verspreiding en gedrag verder vergroten.

Daarnaast werkten we in 2025 voor het eerst gewerkt aan risicomodellering van de effecten van holverzakkingen. Hierbij zijn zowel statische berekeningen als dynamische simulaties van voertuigbelasting gebruikt. Deze modellering laat zien wanneer graverij kan leiden tot zeegvorming en daadwerkelijke veiligheids- of beschikbaarheidsrisico’s. Dit vormt een belangrijke basis voor het prioriteren van locaties en het onderbouwen van maatregelen. Mede hierdoor verwachten we in de toekomst bijna geen acute, grote herstelwerkzaamheden en langdurige verstoringen van het treinverkeer meer door dassen.

We voerden op verschillende locaties projecten uit om de spoorveiligheid te borgen zoals het herstellen van verzakkingen, het voorkomen van beginnende graverij en het toepassen van preventieve en ecologisch verantwoorde maatregelen zoals ontmoediging en taludherstel. De ervaringen uit deze projecten zijn een belangrijke bron van kennis voor de verdere ontwikkeling van beleidslijnen en werkwijzen.

Tot slot stelden we in 2025 een ecologisch-juridisch handelingskader op voor dassengraverij. Dit basisdocument geeft duidelijkheid over bestaande instrumenten, zoals de gedragscode, ecologische werkprotocollen en vergunningstrajecten, en over de voorwaarden voor zorgvuldig herstel. Samen met Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verkennen we hoe dit kader verder kan worden verbeterd en hoe we structurele toestemming kunnen krijgen voor de inzet van inspectie- en herstelmethodieken die voor ProRail van belang zijn.

Liften en roltrappen

We verbeterden in 2025 de langdurige stilstand van liften t.o.v. 2024. Het aantal liften dat een week of langer stilstond door een storing, is met bijna 50% afgenomen (in 2025 gemiddeld vijf per maand, in 2024 tien). Het aantal roltrappen dat een week of langer stilstond door een storing is ongeveer gelijk gebleven.

We hebben alle locaties (17) waar herhaaldelijk vandalisme plaatsvindt aan liften, uitgerust met camera’s.

We voerden op 29 van de 41 locaties (stand november 2025) die last hebben van wateroverlast technische aanpassingen door om liftinstallaties beter bestand te maken tegen wateroverlast. Dit betreft o.a. het aanbrengen van lijngoten, het aanpassen van de omliggende bestrating en het injecteren van beton in liftputten. De openstaande locaties betreffen locaties waar werkzaamheden nog in uitvoering zijn (afronding in 2026) of waarvoor aanvullend onderzoek nodig is en waar we de aanpak combineren met liftvervangingsprojecten.

Begin 2025 heeft ProRail real time informatie over liften op stations beschikbaar gesteld, waarin wordt aangegeven of een lift wel of niet werkt. Vervoerders en andere belanghebbende organisaties zijn bezig deze data te implementeren in hun reisinformatievoorzieningen.

Weerbaarheid

Business Continuity Management (BCM)

ProRail is aangewezen als aanbieder van een essentiële dienst (AED) en als vitale aanbieder. Dit betekent dat we moeten aantonen dat we “all hazard” voorbereid zijn op ernstige incidenten, zodat deze niet leiden tot maatschappelijke ontwrichting. We treffen hiervoor diverse aanvullende maatregelen.

We geven invulling aan het actieprogramma Vitaal Spoor. We voerden diverse verkenningen uit naar aanvullende maatregelen om de weerbaarheid te verhogen op verschillende domeinen zoals fysieke infrastructuur, ICT, economische veiligheid en cybersecurity.

De activiteiten in het kader van BCM, cybersecurity en Vitaal Spoor zijn ook de basis voor voorbereidingen om te voldoen aan nieuwe wetgeving: de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Hiervoor zijn aanvullende middelen nodig. We zijn hierover in gesprek met het ministerie van IenW. Daarnaast onderzochten we samen met het ministerie van IenW, op verzoek van het ministerie van Defensie wat nodig is om het spoor voldoende weerbaar te maken tegen toenemende dreiging vanuit statelijke actoren. Dit gezamenlijke onderzoek resulteerde in het Adviesrapport impactanalyse Weerbaarheid en Militaire Mobiliteit van het Nederlandse Spoor, opgesteld door het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving en aangeboden aan de staatssecretaris van IenW. Het rapport adviseert onder andere om significant te investeren in maatregelen die de weerbaarheid van het spoor tegen sabotagedreiging vergroten.

Cybersecurity

In een wereld die steeds digitaler wordt, en samenlevingen dagelijks worden geconfronteerd met cyberdreigingen, heeft ProRail als vitale organisatie een cruciale rol in de mobiliteit van Nederland door het spoor veilig en beschikbaar te houden.

Het is essentieel om weerbaar te zijn. Daarom treffen we steeds verdergaande beheersmaatregelen op onze belangrijkste securitydossiers. Het aantal cyberaanvallen die via leveranciersketens uitgevoerd worden, neemt wereldwijd sterk toe. We hebben hiervoor specifieke aandacht voor in onze afspraken met onze leveranciers.

De NIS2-richtlijn wordt in 2026 vertaald naar de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Deze vormt voor ProRail het kader voor haar cyberweerbaarheid. ProRail zet zich actief in om de weerbaarheid te versterken en daarmee te voldoen aan de wettelijke vereisten.

Spoorsecurity

In 2025 zijn 10 meldingen (2024: 16) gedaan van verdachte objecten die invloed hadden op de treindienst. Het gaat hierbij o.a. om verdacht gedragende personen en bommeldingen. We treffen diverse maatregelen om de veiligheid van het spoor te borgen en het aantal incidenten zo klein mogelijk te houden.