Aantal aanrijdingen overweggebruikers
Aantal geregistreerde aanrijdingen op een overweg tussen een trein en een persoon of wegverkeer, zonder dat er sprake is van een (poging tot) zelfdoding. Het onderscheid tussen ongeval of (poging tot) zelfdoding wordt gebaseerd op het oordeel van het Openbaar Ministerie of de Officier van Justitie.
Aantal arbeidsveiligheidsincidenten
Het aantal arbeidsveiligheidsincidenten ziet toe op ongevallen gedurende de uitvoering van werkzaamheden op en rond het spoor. We rapporteren over de volgende categorieën van arbeidsveiligheidsincidenten:
Aanrijdingen en bijna-aanrijdingen: incidenten waarbij een personeelslid in aanraking of bijna in aanraking is gekomen met een trein.
Elektrocutie (stroomdoorgang door lichaam met dodelijke afloop) of elektrisering (stroomdoorgang door lichaam met niet-dodelijke afloop).
Arbeidsongevallen met personeelsleden van ProRail of opdrachtnemers, zijnde een ongeval bij uitvoering van onderhoud, vernieuwing en inspectie van de railinfrastructuur, anders dan bovengenoemde incidenten.
Aantal botsingen trein-trein
Een botsing tussen trein-trein is volgens de Europese definitie significant bij minimaal 1 van de volgende 3 gevolgen: Ongeval met een schade > EUR 150.000, of dodelijke/ zwaargewonde slachtoffers, of geen treinverkeer mogelijk op gehele baanvak > 6 uur.
Aantal botsingen trein - stootjuk
Een botsing tussen trein-stootjuk is volgens de Europese definitie significant bij minimaal 1 van de volgende 3 gevolgen: Ongeval met een schade > EUR 150.000, of dodelijke/ zwaargewonde slachtoffers, of geen treinverkeer mogelijk op gehele baanvak > 6 uur.
Aantal ontsporingen (Europese definitie)
Een ontsporing ontstaat als tenminste één as van een trein niet meer op de spoorstaaf staat. Een ontsporing is volgens de Europese definitie significant bij minimaal 1 van de volgende 3 gevolgen: Ongeval met een schade > EUR 150.000, of dodelijke/ zwaargewonde slachtoffers, of geen treinverkeer mogelijk op gehele baanvak > 6 uur.
Aantal pogingen tot suïcides
Aantal geregistreerde aanrijdingen tussen een trein en een persoon waarbij sprake is van een poging tot zelfdoding. Het onderscheid tussen ongeval of poging tot zelfdoding wordt gebaseerd op het oordeel van het Openbaar Ministerie of de Officier van Justitie.
Aantal STS passages en STS passages met gevaarpunt bereikt
Een STS-passage is het ongeoorloofd passeren van een stoptonend sein of een gesloten sein. Een STS-passage met gevaarpunt bereikt betreft een punt waarna er bij een STS-passage daadwerkelijk een botsing, aanrijding of ontsporing zou hebben kunnen plaatsvinden. We rapporteren het totale aantal.
Aantal suïcides
Aantal geregistreerde aanrijdingen tussen een trein en een persoon waarbij sprake is van zelfdoding. Het onderscheid tussen ongeval of zelfdoding wordt gebaseerd op het oordeel van het Openbaar Ministerie of de Officier van Justitie.
Aantal transferongevallen
Aantal geregistreerde ongevallen van reizigers en passanten in transfergebied (stationshal, fietsenstalling, perron, trap, roltrap, reizigerstunnel, traverse) of bij in- en uitstappen van een trein. Registratie van meldingen vinden plaats in de NS-Veiligheidscentrale en wordt gedaan door NS en Regiovervoerders. Ingeval sprake is van treinvertraging door een transferongeval registreert ProRail-Verkeersleiding dit.
ATB Eerste Generatie (ATB-EG)
Versie van het beveiligingssysteem voor automatische treinbeïnvloeding dat ingrijpt bij snelheden vanaf 40 kilometer per uur. Het grootste deel van het spoorwegennet is voorzien van dit type beveiliging.
ATB Verbeterde versie (ATB-Vv)
Versie van het beveiligingssysteem voor automatische treinbeïnvloeding dat ook ingrijpt bij treinsnelheden onder de 40 km/u.
ATB Nieuwe generatie (ATB-NG)
Versie van het beveiligingssysteem voor automatische treinbeïnvloeding op diesellijnen (niet-geëlektrificeerde lijnen).
Automatic Train Operation (ATO)
De automatisch bestuurde trein. Dit is een innovatieve manier om ons spoornetwerk beter te benutten door meer treinen over het bestaande spoor te laten rijden.
Autoriteit Consument & Markt (ACM)
Een onafhankelijke toezichthouder die toezicht houdt op de mededinging, een aantal specifieke sectoren en het consumentenrecht. Doel is een gelijk speelveld met bedrijven die zich aan de regels houden, en goedgeïnformeerde consumenten die voor hun recht opkomen. ACM stelt regels op voor de markten voor telecommunicatie, vervoer, post, zorg en energie.
Basiskwaliteitsniveau (BKN) spoor
Het Basiskwaliteitsniveau (BKN) spoor is het afgesproken onderhoudsniveau van ProRail en het ministerie van IenW, gericht op een veilig en betrouwbaar spoornetwerk binnen beschikbare budgetten.
Beheerconcessie
De door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan ProRail verleende vergunning voor het beheer van de Nederlandse hoofdspoorweginfrastructuur.
Betrouwbaarheid regionale series 3 minuten
De prestatie-indicator betrouwbaarheid regionale series geeft aan welk deel van de geplande treinaankomsten daadwerkelijk is gerealiseerd én waarbij het verschil tussen de geplande en de gerealiseerde aankomsttijd kleiner was dan 3 minuten. In tegenstelling tot treinpunctualiteit worden uitgevallen treinen en aankomsten van vervangende treinen hierin meegeteld als onbetrouwbaar. Deze indicator wordt gemeten op een verzameling stations, vooral op de eindpunten van de regionale lijnvoeringen. Deze prestatie-indicator maakt overigens geen deel uit van de prestatieafspraken die regionale vervoerders zelf met hun eigen concessieverleners maken.
Betuweroute
Onder de goederenspoorweg Betuweroute wordt verstaan de spoorweg Maasvlakte – Kijfhoek – Zevenaar en de daaraan gelegen emplacementen. Met inbegrip van de emplacementen Feijenoord en IJsselmonde en de sporen die die emplacementen verbinden met de genoemde spoorweg en met inbegrip van de stamlijnen die verbonden zijn aan de bedoelde emplacementen.
Bodemwaarde
Waarde voor het jaarlijks minimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie-indicator. In het geval van de prestatie-indicator Impactvolle storingen op de infra geldt een maximum.
Booggeluid
Het piepende geluid van treinwielen in bochten.
CO₂-emissie
Onder CO₂ eigen verbruik wordt verstaan de door ProRail gerealiseerde emissie op scope 1 (directe emissies van broeikasgassen: CO₂ en CH), scope 2 (indirecte emissie van broeikasgassen in Nederland: CO₂) en scope 3 (zakelijk kilometers met openbaar vervoer, eigen vervoer en vliegtuigen). ProRail rapporteert met een jaar vertraging, overeenkomstig de emissie inventaris
Emplacement
Een gebied van de spoorweginfrastructuur dat ingericht en bestemd is om treinen te laten stoppen, beginnen, eindigen, inhalen, kruisen, opstellen of rangeren en voorzien is van ten minste één wissel.
European Rail Traffic Management System (ERTMS)
Het Europees gestandaardiseerde beveiligingssysteem voor het treinverkeer – opvolger van Automatische TreinBeïnvloeding (ATB).
Full time dienstverband
Een medewerker heeft een full time dienstverband bij een werkweek van 36 uur of meer.
Geleverde treinpaden
Het percentage volledig gerealiseerde treinpaden voor alle reizigersvervoerders plus de niet (volledig) gerealiseerde treinpaden waarvan de vervoerders de veroorzaker zijn. Een treinpad is een capaciteitsreservering op de infrastructuur die nodig is om een trein te laten rijden. Een treinpad wordt gekaderd door de treinactiviteiten die onder één treinnummer op één verkeersdag zijn gepland.
Geluidproductieplafonds (GPP's)
In de Omgevingswet en via artikel 3.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (een van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet) zijn maximale waarden opgenomen voor de geluidproductie op geluidreferentiepunten langs de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI): de geluidproductieplafonds. De Rijksoverheid (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) bepaalt per geluidreferentiepunt wat het geluidproductieplafond is. ProRail is verantwoordelijk voor de naleving van deze geluidproductieplafonds en voor verbeteracties. Rapportage door ProRail vindt jaarlijks plaats in het wettelijk verplichte Monitoringsverslag geluidproductie hoofdspoorwegen. Zowel de geluidproductieplafonds als de monitoringswaarden worden berekend. De voorgeschreven rekenmethode is onderdeel van de Omgevingsregeling (uitvoeringsregels van de Omgevingswet). Rapportage in het jaarverslag vindt plaats met een jaar vertraging. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de betrouwbaarheid van de gerapporteerde cijfers en op de naleving van de wet- en regelgeving.
Gemengde net
Het Gemengde net omvat de door ProRail beheerde spoorwegen met uitzondering van de Betuweroute.
Hoofdrailnet (HRN)
Het deel van het Nederlandse spoorwegnet waarop NS tot 2033, onder voorbehoud van uitzonderingen, het alleenrecht heeft voor het rijden van reizigerstreinen.
HSL-Zuid
Spoorlijn van Schiphol tot aan de Belgische grens met een aftakking naar Breda, die geschikt is voor hogesnelheidstreinen.
Impactvolle storingen op de infra
Klanthinder als gevolg van storingen infra betreft het aantal storingen aan de infra die leiden tot veel (hinderklasse 2) en zeer veel hinder (hinderklasse 1) voor de dienstregeling van vervoerders en daardoor op reizigers en verladers. Storingen worden veroorzaakt door:
Defecten aan de infrastructuur, zoals aan spoor, bovenleiding, overwegen, wissels en seinen.
Externe factoren die invloed hebben op de werking van de infrastructuur, zoals weersomstandigheden, spoorlopers, suïcides, vandalisme, dieren of voorwerpen op het spoor.
Niet meegerekend worden vertragingen als gevolg van defecte treinen of logistieke problemen in de personeels- en/of materieelinzet bij vervoerders. In deze indicator tellen drie aspecten mee: (1) het aantal storingen, (2) de snelheid van functieherstel (de tijd die het kost om de verstoring op te lossen) en (3) de mate van be- en bijsturing in de logistieke afhandeling.
Storingen worden naar gelang de achterliggende oorzaak toebedeeld aan een van de vier oorzaakcategorieën. Storingen die hun oorsprong in de techniek vinden zijn bijvoorbeeld seinen wisselstoringen, terwijl processtoringen het gevolg kunnen zijn van het uitlopen van werkzaamheden door de aannemer. Spoorlopers, suïcides en vandalisme vallen onder storingen derden en blikseminslag is een voorbeeld van een weerstoring. Storingen worden uitgedrukt in het aantal minuten vertraging van een trein plus het aantal vertragingsminuten van andere treinen die last hebben van dezelfde storing. Per treinnummer is het aantal treinvertragingsminuten gemaximeerd op 30 minuten. Opgeheven treinen tellen voor 30 minuten mee, omgeleide treinen tellen voor 15 minuten mee, leeg materieel ritten worden niet meegerekend. Wanneer zich een storing voordoet in een gebied waar volgens de dienstregeling geen of weinig treinen rijden, is het aantal treinvertragingsminuten beperkter dan in een gebied met een intensieve dienstregeling.
ProRail maakt onderscheid tussen de volgende vier hinderklassen:
Hinderklasse 1: Zeer veel hinder (totaal meer dan 2.400 minuten vertraging per storing). Voorbeelden: grote ICT-storing, stroomstoring, (bijna) aanrijding wegverkeer met veel schade, extreem weer (storm, sneeuw, onweer/bliksem).
Hinderklasse 2: Veel hinder (totaal tussen 680 en 2.400 minuten vertraging per storing). Voorbeelden: aanrijding persoon op druk baanvak, brandmelding Schipholtunnel, wissel of seinstoring op groot emplacement.
Hinderklasse 3: Hinder (totaal tussen 40 minuten en 680 minuten vertraging per storing). Voorbeelden: wissel- of seinstoring op klein emplacement, overwegstoring, aanrijding persoon op rustiger baanvak.
Hinderklasse 4: Beperkte hinder (totaal minder dan 40 minuten vertraging per storing). Voorbeelden: spoorlopers, roodseinpassage, eenvoudige storing op rustiger baanvak.
Indexatie gebruiksvergoeding
De gebruiksvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de GWW-index van het Centraal Bureau voor de Statistiek en de CPI-index het Centraal Planbureau. Hierop passen we een correctie toe voor afschrijvingen over onze bestaande activa. De totale jaarlijkse indexatie stellen we vast op basis van drie elementen: De voorlopige indexatie van het voorgaande boekjaar wordt definitief vastgesteld op basis van de GWW-index van het CBS van dat jaar en de voorlopige indexatie voor het huidige en volgende boekjaar op basis van de CPI-index voor de betreffende jaren.
Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT)
Onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat de naleving van wet- en regelgeving voor een veilige en duurzame leefomgeving en transport bewaakt en stimuleert.
Klantoordeel reizigers- en goederenvervoerders
Het klantoordeel reizigers- en goederenvervoerders wordt bepaald op basis van een oordeel over de dienstverlening van ProRail en een oordeel over specifiek gemaakte afspraken (speerpunten en aandachtsgebieden). Over deze indicatoren rapporteren wij, zoals opgenomen in de Beheerconsessie in hele getallen. ProRail wordt bij het onderzoek klantoordeel ondersteund door een externe partij.
Klantoordeel ladingbelanghebbende
Het klantoordeel ladingbelanghebbenden wordt bepaald op basis van een oordeel over de dienstverlening van ProRail en een oordeel over specifiek gemaakte afspraken (speerpunten en aandachtsgebieden). Over deze indicatoren rapporteren wij in hele getallen. ProRail wordt bij het onderzoek klantoordeel ondersteund door een externe partij.
Ladingbelanghebbenden
Partijen die direct belang hebben bij het vervoer van lading per spoor, niet zijnde vervoerders. Onder deze categorie vallen met name havens, verladers en terminals.
Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)
Programma om een veilige doorstroming van trein- en wegverkeer op overwegen te verbeteren via slimme en kosteneffectieve maatregelen, zodat het aantal incidenten verder vermindert.
Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (LOCOV)
Overleg waarin consumentenorganisaties de belangen van de treinreiziger behartigen door het overleg en adviseren aan NS, ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Onderwerpen betreffen concrete uitvoeringsmaatregelen voor het openbaar vervoer per spoor op nationaal en internationaal niveau over het hoofdrailnet, zoals wijzigingen ten aanzien van de dienstregeling, de toegankelijkheid van de treinen, de kaartverkoop en de tarieven.
Lange Termijn Spooragenda (LTSA)
Met de Lange Termijn Spooragenda, een lange termijn visie op het spoor (incl. ambities en doelen), wordt de kwaliteit van het spoor als vervoerproduct verbeterd, zodat de trein voor de reiziger en de verlader in toenemende mate een aantrekkelijke vervoersoptie is.
Leeftijdsopbouw
De leeftijdsopbouw wordt bepaald op basis van de leeftijd van medewerkers op de peildatum 31 december van het betreffende verslagjaar. Hierbij wordt de leeftijd uitgedrukt in gehele jaren. We rapporteren leeftijdsopbouw in de volgende categorieën: <20 jaar, 20-29 jaar, 30-39 jaar, 40-49 jaar, 50-60 jaar, >60 jaar.
Managementlagen
ProRail classificeert een medewerker als 'hoger management' als onderstaande van toepassing is:
Medewerker is leidinggevende en wordt direct aangestuurd door een ExCo lid.
ProRail classificeert een medewerker als 'midden management' wanneer onderstaande van toepassing is:
Medewerker is een leidinggevende en wordt direct aangestuurd door 'hoger management'.
ProRail classificeert een medewerker als 'lager management' wanneer onderstaande van toepassing is:
Medewerker is een leidinggevende en wordt direct aangestuurd door 'midden management'.
De indeling naar geslacht is gebaseerd op de registratie zoals vastgelegd in het personeelssysteem. Hierbij wordt de in het systeem opgenomen geslachtsnotatie (bijvoorbeeld man, vrouw of non-binair) ongewijzigd gevolgd.
Medewerkersbetrokkenheid
De medewerkersbetrokkenheidsmeting wordt maandelijks uitgezet onder de medewerkers. De meting is zo ontworpen dat na een kwartaal een volledige meting is voltooid voor elke medewerker. Het resultaat is een betrokkenheidsindex op een schaal van 1 - 5. Dit cijfer wordt samengesteld aan de hand van 11 drijfveren, bestaande uit 45 vragen. Elke maand wordt een derde (15 vragen) van de betrokkenheidsindex gemeten. De jaarlijkse betrokkenheid is het gemiddelde van alle maanden in het jaar.
Meerjarenprogramma voor Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
De Rijksoverheid werkt samen met decentrale overheden aan ruimtelijke projecten en programma's voor elke regio in Nederland. Het MIRT richt zich op financiële investeringen in deze programma's en projecten.
Aantal ontsporingen 'Europese definitie'
Operationeel Controle Centrum Rail (OCCR)
Het landelijke controlecentrum voor het Nederlandse spoorwegnet waar ProRail samen met vervoerders en aannemers 24/7 de afhandeling van incidenten en calamiteiten in het spoorverkeer coördineert.
Prestatiegericht Onderhoud (PGO)
De doelstelling van het prestatiegericht onderhoud is de kwaliteit van het spooronderhoud te verhogen door meer te sturen op resultaat (bijv. storingsreductie, punctualiteit, veiligheid en duurzaamheid van de infrastructuur) en zo ruimte te bieden aan aannemers om eigen expertise en innoverend vermogen in te zetten.
Prestatie-indicator, inclusief definities
Een variabele die inzicht geeft in de prestaties van een organisatie. Voor ProRail is het een maatstaf voor een bindende prestatie met een bodemwaarde en streefwaarde (waarde voor een te realiseren prestatieniveau op een prestatie-indicator).
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS)
Programma met als doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomstvaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan 6 intercity’s en 6 sprinters per uur rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute nog extra te stimuleren.
Regionale series
Treinseries in regionale concessiegebieden.
Reizigerspunctualiteit 3 (of 10) minuten HRN
Reizigerspunctualiteit 3 (of 10) minuten HRN geeft een indicatie van het percentage van de reizen dat met minder dan 3 (of 10) minuten vertraging is verlopen. Dat wil zeggen dat de reiziger bij aankomst op zijn uitcheckstation minder dan 3 (of 10) minuten vertraging had ten opzichte van de reis die de reiziger vanaf het moment van inchecken volgens de reisplanner had kunnen maken. Hierbij wordt uitgegaan van het snelste reisadvies zoals dat twee dagen voorafgaand aan de reis beschikbaar was in de officiële reisplanner. Dit betekent dat vooraf bekende werkzaamheden wel in dit reisadvies zijn meegenomen, maar wijzigingen die minder dan twee dagen voorafgaand zijn aangebracht niet. In scope zijn reizigers die inchecken én uitchecken op een hoofdrailnet station en met NS reizen.
Samenstelling medewerkersbestand
De samenstelling van het medewerkersbestand betreft de verdeling van het medewerkersbestand naar medewerkers met een vast dienstverband en medewerkers met een dienstverband voor bepaalde tijd, tevens gesplitst naar deze verdeling voor man en vrouw. Onder de samenstelling medewerkersbestand valt ook de onderverdeling van de medewerkers naar een fulltime en een parttime dienstverband, ook verdeeld naar man en vrouw. Voor de definitie van een fulltime dienstverband verwijzen wij naar de separate vermelding in deze begrippenlijst. Het aantal medewerkers kan berekend worden door het verantwoorde percentage te vermenigvuldigen met het totaal aantal medewerkers.
Streefwaarde
De waarde voor een te realiseren prestatieniveau in het daarbij vermelde jaar voor een prestatie-indicator met als doel om continue verbetering te waarborgen.
Transitotijd goederenvervoer
Het percentage goederentreinen dat een gerealiseerde transitotijd heeft die meer dan 30 minuten langer is dan de geplande transitotijd, waarbij ProRail de veroorzaker is. De transitotijd is de totale verblijftijd van de goederentrein tussen zijn eerste en laatste geplande Nederlandse meetpunt. In de praktijk zijn dat vaak de emplacementen bij terminals en de grenspunten.
Verzuimpercentage
Het verzuimpercentage wordt berekend naar aanleiding van een verzuimmelding in het personeelssysteem, waarbij gekeken wordt naar de verzuimuren per dag per medewerker. Het verzuimpercentage wordt berekend op basis van de totale verzuimuren ten opzichte van de totale beschikbare uren. We sluiten aan bij de wet verbetering poortwachter, waarmee na 104 weken ziek de verzuimuren niet meer meegerekend worden in het verzuimpercentage. Wanneer een medewerker binnen de termijn van 104 weken korter dan 4 weken beter is gemeld, worden de afzonderlijke ziekteperiodes bij elkaar opgeteld, waarmee de betermelding korter dan 4 weken buiten beschouwing is voor het bepalen van de termijn van 104 weken.
Werkgeverswaardering (eNPS)
De Net Promoter Score (eNPS) meet de werkgeverswaardering bestaande uit een procentuele verdeling naar promoters (score 9-10), neutrals (score 7-8) en criticasters (score 0-6). De eNPS wordt berekend door het percentage criticasters af te trekken van het percentage promotors. De score loopt van –100 tot +100. Voor het berekenen van de eNPS op jaarbasis wordt er een gemiddelde gehanteerd op basis van de eNPS uitkomsten per kwartaal.