Download PDF

Betaalbaar spoor

Het Nederlandse spoornetwerk staat voor een groeiende instandhoudingsopgave. Een groot deel van de infrastructuur is in de vorige eeuw aangelegd, waardoor de komende jaren steeds meer vernieuwing nodig is. Tegelijkertijd stijgen de kosten voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing door intensiever gebruik, hogere materiaalprijzen, stijgende lonen, krapte op de arbeidsmarkt en aangescherpte wet- en regelgeving.

Deze ontwikkelingen maken de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het spoornetwerk tot een uitdaging. Tegen deze achtergrond hebben ProRail en IenW in 2024 het basiskwaliteitsniveau spoor vastgesteld. In 2025 heeft ProRail samen met IenW gewerkt aan de uitwerking en implementatie van maatregelen om dit basiskwaliteitsniveau – het absolute minimum – te realiseren.

Efficiëntere organisatie

We werken aan een efficiëntere organisatie, zodat de apparaatskosten niet stijgen ondanks de groeiende instandhoudingsopgave. In 2025 hebben we ingrijpende besluiten genomen om te besparen: het personeelsbestand optimaliseren en externe inhuur kritisch beoordelen en beperken.

Efficiëntere inrichting van het onderhoud

Een efficiëntere inrichting van het onderhoud is noodzakelijk om de toenemende instandhoudingsopgave beheersbaar en betaalbaar te houden. Dit vraagt om meer ruimte op het spoor voor onderhoud en vernieuwing, en om effectievere benutting van deze capaciteit. In 2025 onderzochten we hoe we meer ruimte kunnen creëren: door werktijden in de nacht en aan de randen van de dag te verlengen en door meer werkzaamheden doordeweeks te plannen in plaats van in het weekend. ProRail bracht de gevolgen van deze efficiëntere werkwijze in kaart voor reizigers, vervoerders, verladers en aannemers en ging hierover met stakeholders in gesprek.

Gerichte keuzes in maatschappelijke ambities en ontwikkelingen

We zetten stappen naar een klimaatneutrale en circulaire infrastructuur. Daarbij zorgen we dat onderhoud en bouw schoon en emissieloos gebeuren. In 2025 is een bestedingsplan opgesteld tot en met 2030. Voor verdere informatie over resultaten in 2025, zie hoofdstuk “ProRail Verduurzaamt”.

Onderbouwd verlengen van theoretische levensduren

De theoretische levensduur van spoorse assets en stations, zoals vastgelegd in onderhoudsvoorschriften, kan in sommige gevallen verantwoord worden overschreden zonder merkbare prestatievermindering. Het doel is om vervanging uit te stellen en beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten. In 2025 zijn we gestart met de ‘weken van levensduurverlenging’. Tijdens deze periode onderzochten we diverse techniekvelden, waaronder spoor, wissels, bovenleidingsportalen, duikers en onderstations. Op basis van inspecties en Life Cycle Costing hebben we inzicht gekregen in waar verlenging van theoretische levensduren verantwoord mogelijk is. Deze inzichten zijn verwerkt in de voorbereiding van toekomstige programmering en leiden tot aanpassing van ons beleid. Deze aanpak sluit aan bij goed assetmanagement en brengt geen significante verhoging van risico’s met zich mee.

Doelmatig beheer en onderhoud van stations

Het beheer en onderhoud van stations gebeurt steeds meer op maat. Zo bouwen we het onderhoud van weinig gebruikte delen van fietsenstallingen af. Waar mogelijk stellen we de vervanging van zitplaatsen, groeneilanden en wachtvoorzieningen uit, met behoud van aandacht voor wachttijdbeleving en sociale veiligheid. In 2025 heeft ProRail stappen gezet om besparingen te realiseren. Inspecties en onderzoek tonen aan dat vervanging van overkappingen en perrons deels kan worden uitgesteld. De inventarisatie van outillage – het stationsmeubilair – op relevante locaties is afgerond en verwerkt in aangepaste onderhoudsplannen. Daarnaast is de frequentie van constructieve schoonmaak verlaagd van eens per drie jaar naar eens per vijf jaar. Zo blijven stations voldoen aan een kwalitatief goed basisniveau.

Verminderde inzet van wisselverwarming

Door het aantal wissels met wisselverwarming gericht te verminderen, verlagen we de instandhoudingskosten en realiseren we toekomstige besparingen, met minimale impact op de beschikbaarheid van het spoor in winterse omstandigheden. Het uitgangspunt blijft dat de reguliere dienstregeling ook bij winterweer kan worden uitgevoerd. Bij specifieke weersomstandigheden passen we een Landelijk Uitgedunde Dienstregeling (LUD) toe. De maatregel houdt in dat wisselverwarming niet langer wordt vervangen op locaties waar wissels in de reguliere dienstregeling of LUD nauwelijks worden gebruikt.

De implementatie van BKN spoor vroeg in 2025 om een aanzienlijke inzet van onze organisatie. We hebben periodiek overleg gevoerd met stakeholders, zowel via het Locov als in speciaal georganiseerde sessies gericht op specifieke maatregelen.