Download PDF

Betaalbaar spoor

ProRail zorgt voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van het Nederlandse spoorwegnet inclusief de stations. De werkzaamheden die gericht zijn op het in standhouden van de functionaliteit van het spoor tegen afgesproken kwaliteitsniveaus betreft activiteiten zoals groot en klein onderhoud, beheer en vervangingen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekostigt deze werkzaamheden (functiehandhavingsprojecten) uit de zogeheten 'EOV-gelden'. Daarnaast voert ProRail voor het ministerie en derden werkzaamheden uit die gericht zijn op het aanbieden van extra functionaliteit, zoals extra haltes en frequentieverhoging. In deze gevallen wordt gesproken over functiewijziging / investeringsprojecten, dit bekostigt het ministerie uit de zogeheten 'aanleg-gelden'. Ook verdelen we als onafhankelijke partij de ruimte op het spoor en regelen we al het treinverkeer. Voor het gebruik van het spoor door de vervoerders ontvangt ProRail gebruiksvergoedingen. ProRail is tevens netbeheerder en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit over het net.

Het financiële beeld over 2025 is positief. De groeiende instandhoudingsopgave en stijgende prijzen maken de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het spoornetwerk tot een uitdaging. Tegen deze achtergrond hebben ProRail en IenW het basiskwaliteitsniveau spoor vastgesteld (BKN). We hebben het overgangsjaar (2025) goed benut om de voor 2026 afgesproken BKN-maatregelen te realiseren (zie ook nadere toelichting onder ‘Basiskwaliteitsniveau (BKN) spoor). Door te anticiperen hebben we de apparaatskosten (personeels- en overige bedrijfslasten) in lijn gebracht met de BKN taakstelling die ingaat per 2026 en hebben we de extra kosten als gevolg van de cao 2024/2025 ingelopen. Dit leidt wel tot druk op onze organisatie en een stop op de groei van arbeidsplaatsen. De aangescherpte sturing op het kleinschalig onderhoud (activiteiten die noodzakelijk zijn om beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid te waarborgen), PGO, resulteerde in een betere beheersing van deze onderhoudswerkzaamheden. Al deze bijsturing in combinatie met enkele incidentele meevallers maakt dat we in 2025 een positief resultaat kunnen presenteren. De prijsstijgingen zijn echter structureel waardoor de volledige compensatie van de prijsindexatie (IBOI) van € 30 miljoen noodzakelijk blijft. Deze claim richting het ministerie van IenW loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming en krijgt in 2026 vervolg in de subsidievaststelling 2025.

Net als in 2024 is in 2025 sprake van een hoog productievolume: we hebben veel projecten uitgevoerd. Het totaal van de uitgevoerde activiteiten/het productievolume in 2025 laat een beperkte daling van 1,6% zien, rekening houdend met indexatie van de projecten naar prijspeil 2025. Externe capaciteit en beschikbaarheid van materialen waren ook in 2025 een uitdaging. Dankzij een goede monitoring en een strakke bijsturing op de schaarse materialen is het uiteindelijk gelukt om bijna de gehele geplande productie voor 2025 te realiseren.

De investeringsprojecten die wij uitvoeren leiden uiteindelijk tot nieuwe activa op onze balans. Het geld dat hiertoe wordt gebruikt, wordt gepresenteerd op de passiva zijde van de balans en staan tegenover deze investeringen in activa. Deze aanleg-gelden zijn zichtbaar onder de kort- en langlopende schulden als investeringsbijdrage. In 2025 werd via onder andere onze investeringsprojecten voor € 1,5 miljard (2024: € 1,5 miljard) geïnvesteerd in materiële vaste activa, waarvan € 1.233 miljoen (2024: € 1.309 miljoen) is gefinancierd vanuit de Rijksoverheid en € 244 miljoen (2024: € 186 miljoen) gefinancierd door derden, zoals provincies en gemeenten.

Voor zowel de investerings- als functiehandhavingsprojecten kent de realisatie ten opzichte van de geplande productie verschillende afwijkingen, zoals verschuivingen in de tijd of scope van projecten maar ook prijseffecten. Voorbeelden van de verschuivingen in tijd voor 2025 zijn bijvoorbeeld het moeten doorschuiven van werkzaamheden gerelateerd aan ICT investeringsprojecten en het doorschuiven van werkzaamheden inzake het afwijkingsvrij maken van een aantal PGO gebieden naar 2026. Anderzijds kennen we bijvoorbeeld ook verschuivingen naar 2025 doordat het werk sneller gerealiseerd kon worden, dit was het geval voor een deel van de werkzaamheden met betrekking tot de bovenbouwvernieuwingen in Mid-Brabant Zeeland en een deel van de werkzaamheden met betrekking tot vervanging van het heuvelsysteem Kijfhoek. Prijseffecten zoals bijvoorbeeld aanbestedingsresultaten of hogere kosten door prijspeil 2025 komen tot uiting in onze winst- en verliesrekening en worden verrekend met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat middels de egalisatierekening.

Op hoofdlijnen ziet de winst- en verliesrekening 2025 er als volgt uit:

Bedragen in miljoenen euro's

2025

2024

Bedrijfsopbrengsten

1.935

1.890

Bedrijfslasten

-1.926

-1.868

Financiële baten en lasten

4

8

Resultaat vóór belastingen

13

30

Resultaat vóór mutatie egalisatierekening

13

30

In 2025 is niet het volledige bedrag voor prijsindexatie van € 66 miljoen toegekend in de wijzigingsbeschikking aangezien het ministerie van IenW de aanvullende middelen niet volledig beschikbaar heeft gekregen. Het kabinet heeft dit voorjaar besloten om een deel van de IBOI 2025 aan de IenW-fondsen uit te keren en het resterende deel in te zetten voor Rijksbrede problematiek. Het deel dat beschikbaar is gekomen is opgenomen in de wijzigingsbeschikking en bedraagt € 36 miljoen. Dit bedrag is verantwoord als aanvullende opbrengst in de winst- en verliesrekening. Deze claim richting het ministerie van IenW loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming en krijgt in 2026 vervolg in de subsidievaststelling 2025. Gecorrigeerd voor het niet beschikte bedrag bedraagt het resultaat 2025 € 43 miljoen positief. Voor 2024 waren de onderdelen ten aanzien van marktspanning en PGO niet toegekend middels de wijzigingsbeschikking. De beide bedragen (in totaal € 47 miljoen) zijn in 2025 verrekend middels de subsidievaststelling 2024. Gecorrigeerd voor de niet beschikte bedragen was het resultaat 2024 € 77 miljoen positief.

Voor wat betreft het exploitatiegedeelte realiseerde ProRail in 2025 bedrijfsopbrengsten van € 1,9 miljard (2024: € 1,9 miljard) onderverdeeld naar:

  • Exploitatiebijdragen van de Rijksoverheid €1.308 miljoen (2024: € 1.268 miljoen);

  • Gebruiksvergoeding € 418 miljoen (2024: € 421 miljoen);

  • Overige netto-omzet € 57 miljoen (2024: € 50 miljoen);

  • Geactiveerde productie € 146 miljoen (2024: € 145 miljoen);

  • Overige bedrijfsopbrengsten € 6 miljoen (2024: € 6 miljoen).

De bedrijfslasten bestaan grotendeels uit 'kosten van uitbesteed werk en overige externe kosten' en 'apparaatskosten'. In 2025 bedragen de 'kosten van uitbesteed werk en overige externe kosten' € 1.182 miljoen (2024: € 1.134 miljoen). Deze kosten houden onder andere verband met infrastructurele kosten, kosten van inspecties en onderzoek, ICT-diensten en overige kosten die uitbesteed zijn. De hierboven vermelde cijfers dienen in samenhang met de jaarrekening en toelichting daarop bezien te worden, voor nadere toelichting verwijzen wij derhalve naar de jaarrekening.

ProRail kent in de jaarrekening de volgende categorieën financiële instrumenten: handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. De primaire financiële instrumenten dienen ter financiering van de operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Het beleid van ProRail is om niet te handelen in financiële instrumenten. ProRail maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten). De solvabiliteit van ProRail bedraagt ultimo 2025 6,98% (2024: 7,25%); de liquiditeit bedraagt ultimo 2025 0,74 (2024: 0,75). Dit zijn voor ProRail adequate ratio’s, passend bij de aard van de activiteiten en de wijze van financiering. Het vermogen van ProRail bestaat voornamelijk uit ontvangen investeringsbijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van (im)materiële vaste activa.