In de goederencorridor Zee–Zevenaar is de afgelopen jaren gewerkt aan een grote inhaalslag: achterstallig onderhoud wegwerken, de betrouwbaarheid van de spoorinfrastructuur en daarmee de beschikbaarheid voor verladers en vervoerders vergroten. Manager Zee–Zevenaar Ernst Kleinpenning stond voor de taak het onderhoud van de corridor opnieuw aan te besteden. Een ‘balanceeract’. “We hebben nu een contract met balans voor de aannemer én vervoerders.”
Omvangrijk en complex gebied
Zee–Zevenaar is een omvangrijk en complex gebied, waar achterstanden in onderhoud druk zetten op de betrouwbaarheid van het spoor. “We hadden als gevolg daarvan een onderhoudscontract dat alleen de veiligheidswaarden borgde, niet de duurzaamheidswaarden”, vertelt Ernst.
“De infrastructuur bleef wel veilig, maar werd niet toekomstbestendig onderhouden.” De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in vernieuwing van de infra, maar om die op niveau te houden moest ook het onderhoud naar een hoger niveau. Dat was de inzet bij de aanbesteding van het nieuwe onderhoudscontract. “Nogal een uitdaging”, zegt Ernst. “Want het gebied is groot, technisch complex en bevat voorzieningen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals blusinstallaties en aanrijroutes die óók op orde moeten zijn.”
Aannemers gaven aan zekerheid te willen hebben over buitendienststellingen. Anders zouden ze niet inschrijven. We liepen een reëel risico op een no bid.
Ernst Kleinpenning, Manager Zee-Zevenaar
Aanbesteding als balanceeract
“Het aanbestedingstraject was een balanceeract. Want veilig en efficiënt spooronderhoud vereist treinvrije periodes. Maar tegelijkertijd moeten goederenvervoerders kunnen rekenen op maximale beschikbaarheid van het spoor”, schetst Ernst. “Aannemers gaven aan zekerheid te willen hebben over buitendienststellingen. Anders zouden ze niet inschrijven. We liepen een reëel risico op een no bid.” Ernst en zijn collega’s kwamen uit op een spoors hoofdcontract met daarnaast vijftien nevencontracten. “Een compleet contractenlandschap waarmee we niet alleen aan de veiligheidsnormen, maar ook de kwaliteitsstandaarden voldoen.”
Minder storingen, meer voorspelbaarheid
In de gunning speelde hinderbeperking een sleutelrol, legt Ernst uit. “Hoe beter een aannemer het onderhoud kan uitvoeren met minimale verstoring, hoe hoger de waardering. Dat leidde tot een benodigde extra 3 urige nachtelijke buitendienststelling per week op de havenspoorlijn.” Ernst: “Dat betekent natuurlijk meer hinder dan voorheen, maar dit is nodig om adequaat onderhoud te kunnen plegen. Met de vervoerders en aannemer samen kijken we hoe de logistiek daarbij zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd. Daarmee kunnen we betrouwbare dienstverlening bieden en houden we de goederencorridor toekomstbestendig.”